zaterdag 24 februari 2018

KASTEEL HATTUM - ROERMOND.




KASTEEL HATTUM - ROEMOND.





Kasteel- of Huis Hattum was vroeger het Horst te Roerbosch en werd in 1718 gebouwd door de familie Holthausen. Het later gerestaureerde woonhuis was wit geschilderd en de bijgebouwen waren een ruïne. Het geheel ligt op een soort terp in de lage uiterwaarden van de rivier de Roer.
In de 19e eeuw kwam het in bezit van een zekere Michiels van Kessenich, sedert 1954 is dse gemeente Roermond eigenares.


In het inmiddels geheel gerestaureerde kasteeltje en bijgebouwen is nu een hotel-restaurant gevestigd omringt door een fraai aangelegd park. Op de schoongemaakte bakstenen zijn nog duidelijk de witte sporen van de verfresten te zien.
Het geheel ligt rechts van de oude Rijksweg als je vanuit het zuiden Roermond binnen komt net voor de Roerbrug en het grenst aan het terrein van het Nationaal Indië- en Vredesmissies Monument terrein.




donderdag 15 februari 2018

CHINEES NIEUWJAAR 2018.

                    2018

HET JAAR VAN DE HOND.






Het Chinese jaar Huangdi, het 'Jaar van de Hond', begint op vrijdag 16 februari 2018.
Het Chinese Nieuwjaar, ook bekend als het Lentefestival of Lentefeest, is de belangrijkste van de Chinese feestdagen.
Het wordt gevierd op de eerste dag van de eerste maand van de Chinese kalender, dat is de dag waarop de tweede maan na het winter solstitium plaatsvindt. Het feest wordt gevierd door vrijwel de gehele Chinese gemeenschap over de wereld.


Het Chinees Nieuwjaar wordt traditioneel gevierd met de drakendansen en de leeuwendansen.
Het is gebruikelijk dat men schulden betaald, nieuwe kleren worden gekocht en het huis wordt schoon gemaakt. Er is gewoonlijk een groot familie maal en de goden worden geëerd.
Men nodigt vrienden uit en geeft elkaar geschenken in gepakt in rood papier en in rood papier ingepakt vuurwerk wordt afgeschoten.

Behalve voor de Chinezen, is het feest ook belangrijk voor ander etnische groepen, zoals Mongolen, Koreanen en de Vietnamezen.

Het Chinese Nieuwjaar is ook de tijd wanneer de grootste menselijke migratie plaatsvindt, wanneer Chinezen over de hele wereld naar huis keren om op nieuwjaarsavond met het avondeten bij hun familie te zijn.




DE CHINESE KALENDER.

De Chinese kalender is een lunisolaire kalender die, net als bijvoorbeeld de Hebreewse kalender, elementen van een maankalender en van een zonnekalender in zich verenigd.
In de Chinese jaartelling worden, maandieren of sterrenbeelden gebruikt.
Zo kent men de volgende dieren; Rat, Buffel, Tijger, Konijn, Draak, Slang, Paard, Geit, Aap, Haan, Hand en Zwijn.
Aan ieder dier wordt een positieve en een negatieve eigenschap toegekend.

DE HOND. 

POSITIEF: 

Gewetensvol, trouw, vol plichtsgevoel, standvastig en intelligent.

NEGATIEF:

Cynisch, vol eigendunk, ongezellig, narrig, eigenwijs, vol kritiek en afbrekend.


woensdag 7 februari 2018

OPRUIMING BIJ 'ZIEN EN WETEN'.



Dit bericht wil niet zeggen dat de weblog 'zien'en weten' in de verkoop gaat.

Het is een kwestie van opschonen van het gehele gepubliceerde bestand, daar met de jaren veel gebruikte programma's voor het plaatsen van een foto - of dia presentaties niet meer ondersteund worden door de toenmalige producent. 

Het is jammer, maar ik wil op deze manier de bezoeker van mijn weblog ergernis besparen bij het zoeken naar een onderwerp. Tevens zal ik trachten daar waar een foto- of dia presentatie was geplaatst, deze te vervangen door een afbeeldingscollage, waar weer tijd in gaat zitten voor het opzoeken van de afbeeldingen.  Daarbij kan ik mijn uitgeprinte administratie van het weblog eens bijwerken, wat ook weer ruimte verschaft. Maar tijd gaat kosten.     Helemaal stil zal het niet blijven beloof ik u. Dank voor uw begrip.




dinsdag 6 februari 2018

IVOOR EN DE IVOORPALM.


         HET  IVOOR VAN EEN 

         DIER EN EEN PLANT





DIERLIJK IVOOR.

Ivoor; ook soms elpenbeen of elp genoemd, is het harde, wit gekleurde materiaal afkomstig van slagtanden van landdieren zoals olifanten, nijlpaarden, maar ook van zeedieren zoals de walrus, narval en de potvis.
De tanden van een olifant kunnen wel drie meter lang worden en een gewicht hebben van 100 kilo.  
Het meeste ivoor komt uit de binnenlanden van Afrika, waar het illegaal wordt verkregen door stropers. 
Ivoor wordt vooral gebruikt voor de fabricage van kunstzinnige voorwerpen welke vooral in China zeer geliefd zijn. Ook werd het vroeger gebruikt voor de productie van biljartballen en als afdekking van pianotoetsen.
Om de illegale jacht op deze dieren te ontmoedigen werd in 1989 de handel in ivoor verboden.

De naam ivoor komt van het Franse woord ivoire. De naam Elp is het middeleeuwse woord voor olifant, wat weer afgeleid is van het Latijnse woord elephas, wat weer zijn oorsprong vindt in het Grieks elephas (olifant.)

IVOORPALM.

De ivoorpalm; in het Latijn Phytelephas aequatorialis is een palm die voorkomt in het Amazone regenwoud van Zuid- en Midden Amerika. De naam betekend letterlijk "olifantenplant".
De vruchten van deze palm zijn de tangua noten, waardoor de palm ook wel tanguaboom wordt genoemd.
Deze vruchtnoten zijn het plantaardig ivoor. De noten groeien per vier stuks in een stekelige bolster.Hoe harder de noten zijn hoe weer ze waard zijn.














Deze bolster groeien als een grote klit net onder de bladeren kroon van de palm. De structuur van de noten lijkt veel op die van het ivoor van een olifant en wordt daarom veel gebruikt voor het maken van kunstzinnige voorwerpen zoals schaakstukken, dierlijke afbeeldingen en sieraden. 


Goed geoogst kan de verbouw van deze palmen vijf keer zo veel opbrengst generen voor de traditionele bewoners van het regenwoud. Het verbouwen van de Tanguanoten is dan ook een belangrijke ecologische stimulans voor het behoud van het regenwoud.










donderdag 25 januari 2018

SCHELDE. LEVENSADER VAN BELGIË.

      DE RIVIER  

   DIE WALLONIË 

  EN VLAANDEREN 

     MET ELKAAR 

       VERBINDT.


SCHELDE.

De Schelde is een rivier en belangrijke scheepvaartweg in Frankrijk, België en Nederland.

STROOMGEBIED.

(Scheldebron te Gouy FR.)


De Schelde ontspringt te Gouy op de hoogvlakte van Saint Quentin in het Franse departement Aisne en stroomt noordwaarts  door het departement du Nord langs Bléharies België binnen, voorbij Doornik in de provincie Henegouwen, en Gent in Oost-Vlaanderen.
Hier neemt de Boven-Schelde een einde en begint de Beneden-Schelde.







De zeer bochtige rivier vervolgt zijn weg in oostwaartse richting, stroomt daarna noordwaarts en vormt dan de grens tussen de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen tot Lillo bij de Nederlandse grens, waar hij uitmondt in de Hont of Westerschelde.
Ten westen van Vlissingen mondt  hij via de Westerschelde uit in de Noordzee.
De belangrijkste zijrivieren zijn in Frankrijk: de Scarpe; in België: de Hene, Leie, Dender, Durne en de Rupel. Belangrijke steden aan de rivier zijn in Frankrijk: Cambrai, Valenciennes en Condé; in België: Doornik, Oudenaarde, Gent, Antwerpen; in Nederland: Vlissingen.


(Gent.)

Beneden Gentbrugge is de Schelde een getijrivier. het gemiddelde tijverschil bedraagt er 2 meter; te Antwerpen 4,5 meter. Bij hoogwater is de diepte te Antwerpen ongeveer 15 meter.
De Schelde heeft een lengte van ongeveer 384 kilometer, waarvan 107 kilometer in Frankrijk. 207 kilometer in België en ongeveer 70 kilometer in Nederland. 
De  breedte neem toe naar de monding en is aan de Frans-Belgische grens 20 meter; te Gent 40 meter; te Antwerpen 500 meter; aan de Nederlands-Belgische grens 1200 meter.


KANALISATIE EN BEVAARBAARHEID.

De Schelde is een belangrijke scheepvaartweg voor de binnenvaart, en van Antwerpen af naar de monding ook voor de zeevaart. De rivier is bevaarbaar vanaf Cambrai, door middel van een uitgebreid net van kanalen, verbonden met de Somme, de Oise, de Amber, de Dender, de Leie, de Maas en de Noordzee.
De Schelde is een belangrijke schakel in de verbinding van Parijs met de haven van Antwerpen, en verder ook met losplaatsen in Nederland en Duitsland.
De aansluitende vaarwegen zijn: kanaal de la Sensée, kanaal Mons-Condé, kanaal Nimy-Blaton-Péronnes, Spiezevaart, kanaal Bossuit-Kortrijk, ringvaart om Gent, de vaarwegen in de stad Gent, de gekanaliseerde Dender, de haven van Antwerpen en het Albertkanaal, kanaal van Zuid-Beveland, zeekanaal van Gent naar Terneuzen en via de haven Vlissingen het kanaal door Walcheren.


(Onderaan fort Liefkeshoek en aan de overzijde van de Schelde het fort van Lillo.)

Tot Lillo, een dorp dat is opgegaan in het industriegebied van de haven van Antwerpen, 
is de bevaarbare Schelde bijna 260 kilometer lang; hiervan 60 kilometer in Frankrijk en 199 kilometer in België.
In Frankrijk en België wordt de Schelde telkens in drie stukken onderscheiden; in Frankrijk: van Canbrai tot Bouchain (12,3 km); van Bouchain tot het kanaal van Mons naar Condé (34,2 km); van Condé tot de grens (14,3 km); in België: de Boven-Schelde van de Franse grens tot Gentbrugge (14,3 km); de Boven-Zeeschelde vanaf Gentbrugge tot Antwerpen (77 km); de Beneden-Zeeschelde tussen Antwerpen en Lillo (30,1 km).

In Frankrijk zijn er op de Schelde 15 schutsluizen, waarvan sommige slechts toegankelijk voor schepen tot 300 ton. Heden heeft men reeds begonnen met werkzaamheden om tussen Denain en de Frans-Belgische grens de Schelde bevaarbaar te maken voor schepen tot 1350 ton. In België zijn deze aanpassingen van de Boven-Schelde reeds afgerond. Sinds 1968 zijn er sluizen voor de Antoing, Kain, Spierre, Berchem-Kerkhoeve, Oudenaarde en te Asper. Behalve de sluis van Antoing (41,47 x 5,52 m) zijn de andere sluizen ongeveer 125 x 14 meter. De Gentse Ringvaart is in dienst sinds mei 1969.


(Zicht op Antwerpen en de Schelde.)

Van Gent af is de Boven-Schelde aan het getij van de Noordzee onderhevig. Tot Dendermonde is de rivier bevaarbaar voor schepen van 600 ton, verder voor schepen van 1350 ton en ter hoogte van de monding van de Rupel voor schepen van 2000 ton en meer.
In de praktijk kunnengeladen schepen groter dan 300 ton geen gebruik maken van de Schelde op het traject Gent - monding van de Rupel, daar dit door de vele bochten en de ondiepe plaatsen te gevaarlijk is. Ook hier worden en zijn reeds aanpassingen gedaan.



Van Lillo af, op Nederlandse bodem, heet de Schelde officieel Westerschelde. De rivier is gelegen in de provincie Zeeland, tussen Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Beveland en Walcheren.
Het Nederlandse looswezen en het Belgische loodswezen verzorgen de loodsdienst op de Westerschelde en de beneden-Schelde te Antwerpen. Bij Vlissingen is de Westerschelde 4000 tot 5000 meter breed. De breedte van de vaargeulen in minstens 150 meter, maar de beperkte diepte van de Westerschelde laat niet toe dat de haven van Antwerpen de allergrootste schepen kan ontvangen. men is constant bezig de bevaarbaarheid van het Schelde-estuarium te verbeteren.

(Zandvlietsluis in de haven van Antwerpen.)

Tot 1960 waren de meeste havenbekkens van Antwerpen alleen via een sluis te bereiken om het gebied te vrijwaarden van het getij. 
Zodoende werden de haven uitgebreid buiten dit gebied en werden het getijhavens.
In 1966 liepen slechts 15 schepen met een diepgang van meer dan 12 meter de haven van Antwerpen binnen, maar in 1969 deden 220 schepen met een diepgang van 12 meter de haven aan. In 1972 konden bij zeer gunstige omstandigheden schepen met een diepgang van 13 meter de Schelde opvaren. Naast de technische moeilijkheden waren er ook politieke verwikkelingen. omdat de Schelde over Nederlands grondgebied toegang geeft tot een Belgische haven.


STUKJE SCHELDE GESCHIEDENIS.

(Blokkade van de Schelde in 1585.)

In 1572 werd de scheepvaart op de Schelde voor de eerste maal geblokkeerd door de Watergeuzen in aanloop op het Beleg van Middelburg. het was het begin van de oproer tegen de Spaanse bezetting. Toen de Spaanse troepen tijdens het beleg van Antwerpen, werd op bevel van Parma een scheepjesbrug over de Schelde aangelegd en zo was vanaf maart 1585 weer geen scheepvaart mogelijk over de Schelde. Nadat de stad zich had overgegeven, werd de Schelde weer geblokkeerd door de Republiek der Nederlanden. Ondanks het twaalfjarig bestand werd de blokkade niet opgeheven. In 1648 viel het gebied, Staats Vlaanderen, in Hollandse handen. Deze blokkade werd later bekrachtigd door het Verdrag van Munster. Door het Verdrag van Utrecht in 1713 gingen de Zuidelijke-Nederlanden over naar de Oostenrijkse tak der Habsburgers. België werd achter een volgens door Karel VI (1714-1740), Maria-Theresia (1740-1780) en Jozef II (1780-1790) geregeerd. De buitenlandse politiek Van Jozef II was gericht op de vrijmaking van de Schelde.
met de komst van de Fransen, was na twee eeuwen sluiting, de Schelde weer vrij voor de scheepvaart. Na de nederlaag van Napoleon Bonaparte werden op het Congres van Wenen in 1815 de Zuidelijke  en de Noordelijke  Nederlanden verenigd. Koning Willem I, niet ten onrechte 'the merchant king' genoemd, werkte verder aan de economische heropstanding van de Scheldestad Antwerpen.


( Van Speijk blaast zich met de kanonneerboot op.)

In 1830 brak de Belgische Opstand uit en poogde Nederland opnieuw de Schelde te sluiten, maar de grote mogendheden kwamen kwamen tussen beide.
Op 5 februari 1831 toen de Belgische opstandelingen trachten de kanonneerboot nr.2 over te bezetten besloot luitenant-ter-zee 2e klasse van Speijk zich met het schip op te blazen, om te voorkomen dat het in handen van de opstandelingen zou vallen.


Het Verdrag der 24 artikelen (Londen 19-04-1839) erkende de Belgische onafhankelijkheid, maar schiep voor de Schelde een speciaal regiem. het internationaal statuut van de Schelde regelde tegen betaling van een Scheldetol, de vrije scheepvaart van alle naties. Deze Scheldetol bestond uit een enkelvoudig van 1,50 gulden per ton, namelijk 1,12 gulden per ton voor schepen die van zee komend de Schelde opvoeren. Verder voorzag het verdrag erin dat Nederland en België, elk op eigen grondgebied, verantwoordelijk waren voor de veiligheid, bebakening en de bevaarbaarheid van de rivier. teneinde de haven van Antwerpen te redden, aanvaarde de Belgische regering de wet van 8 juni 1839, waarin was bepaald dat de tolgelden voor de vreemde schepen die Belgische havens aandeden door België werd betaald. Dit was, vooral met het steeds toenemende scheepvaartverkeer, een zware last voor België.


(Schelde Vrijmonument 1883 op de Marnixplaats Antwerpen.)

Inmiddels was, tijdens de tweede helft van de 19e eeuw, het economisch klimaat verbeterd. In 1863 nam België met Nederland contact op om de Schelde vrij te maken, en op 12 mei 1863 werd tussen beide landen een verdrag afgesloten, waarbij Nederland met een afkoopbedrag van 36.278.560 Belgische Franc voor eeuwig afzag van het tolrecht op de Schelde. Tijdens de internationale conferentie te Brussel van 15/16 juli 1863 tekende 20 staten het algemeen verdrag tot afkoping van de Scheldetol.
Hoewel België, in verhouding tot het goederenvervoer op de rivier slechts moest bijdragen voor een bedrag van 3.683.160 Franc, had de Belgische regering zich bij aanvang van de onderhandelingen bereid verklaard om ongeveer 1/3 van de afkoopsom voor haar rekening te nemen. België betaalde 13.328.000 Franc en schoot ook de bijdragen van de andere landen voor. Maar daarmee was de Schelde-kwestie niet definitief van de baan. 
In artikel IX van het Verdrag van 1839 werd bepaald dat België en Nederland gezamenlijk voor de betonning. de bebakening en de loodsdienst van de Schelde stroomafwaarts zouden zorgen. Indien ingevolge natuurlijke evenementen of werken de vaargeulen niet meer bevaarbaar zouden zijn, zou Nederland aan de Belgische scheepvaart andere vaarwegen aanwijzen, die evengoed en veilig zouden zijn.

(Positie Schelde-Rijn Kanaal.)

Bij de afdamming in Kreekrak en Sloe in 1860 ten behoeve van de spoorweg naar Vlissingen, voldeed Nederland aan zijn verplichtingen met het graven van het kanaal van Hansweert naar Wemeldinge en het kanaal door Walcheren, wat België slechts in beperkte mate kon bevredigen, daar het traject langer en minder vlug was.
België eiste een rechtstreekse verbinding tussen Antwerpen en de Moerdijk.
De onderhandelingen over de Schelde-Rijn verbindingen werden pas in 1949 hervat. Het duurde nog tot 31 mei 1963, alvorens een Nederlands/Belgisch verdrag werd ondertekend, later bekrachtigd in mei 1965, waarbij ter verbetering van de verbinding tussen Schelde en Rijn een vaarroute werd overeengekomen.

SCHEEPVAART EN GOEDEREN VERVOER.

(Het huidige havengebied van Antwerpen aan de Schelde.)

Na de jaren zeventig twintigste eeuw is het vervoer van goederen sterk toegenomen op de Boven-Schelde en de Zeeschelde.
Ook de zeevaart nam sterk in tonnenmaat toe.
In het stroomgebied van de Schelde hebben zich zeer belangrijke industrieën gevestigd, waardoor de Schelde een economische slagader van Vlaanderen is geworden.
Antwerpen is uitgegroeid tot een van de belangrijkste zeehavens van de wereld.
Een ander groot project om diverse havens met elkaar te verbinden is het te graven Schelde-Seine kanaal van Cambrai naar Compiégne.




maandag 22 januari 2018

MAAS. DRIE LANDEN RIVIER.

       "MOEDER MAAS", 

ZOALS DE LIMBURGERS 

    DE RIVIER NOEMEN.

MAAS.

(Ontspringen van de Maas op het plateau van Langres FR.)

STROOMGEBIED.

De Maas ontspringt op het plateau van Langres bi Avrecourt op een hoogte van 409 meter, is in totaal 925 kilometer lang, waarvan 492 kilometer in Frankrijk, 194 kilometer in België en 239 kilometer in Nederland. De rivier heeft een stroomgebied van 36.000 km².
Tot de belangrijkste zijrivieren in Frankrijk behoren de Chiers, de grotendeels Belgische Semois, in België de Lesse ten zuiden van Dinant., de Samber bij Namen komend uit Frankrijk en de Ourthe bij Luik. In Nederland bi Roermond de Roer komend uit Duitsland, maar ontspringend in de Hoge Venen in België bezuiden Luik.


(Slot Loevestein bij Woudrichem.)

Bij Woudrichem, waar het slot Loevestein ligt, kwam oorspronkelijk de Maas samen met de Waal, om vandaar via het deltagebied van Maasland naar de Noordzee te stromen. 
In 1904 werd de oude loop van de Maas echter afgedamd bij Hedikhuizen en sindsdien bereikt het water van de Maas de gegraven Bergsche Maas en de Amer ten zuiden van de Biesbosch het Hollands Diep.

Belangrijker dan de zijrivieren zijn voor de scheepvaart de kanalen die in de Maas uitmonden.
Dit zijn in Frankrijk het Marne-Rijnkanaal bij Troussey, het Ardennenkanaal ten noorden van Sedan, onderdeel  van de verbinding met het stroomgebied van Aisne-Oise-Seine; in België het Albertkanaal bij Luik, dat de verbinding naar Antwerpen vormt en tevens via de Zuid-Willemsvaart aansluiting geeft op het Kanalensysteem van Noord-België en Zuid-Nederland; in Nederland het Kanaal Wesem-Nederweert naar de Zuid-Willemsvaart, het Maas-Waalkanaal, bij Heunen en het Kanaal van Sint Andries, die beide een verbinding met de Waal vormen.



De Nieuwe Maas, de rivier waaraan Rotterdam ligt, behoort niet tot het stroomgebied van de Maas, maar vormt de voortzetting van de Lek en ontvangt in hoofdzaak water van de Rijn.
De nieuwe Maas werd tot in de 17e eeuw ook wel Merwe of Merwede genoemd en kreeg zijn huidige naam van beneden af, vooral nadat in de brede Brielse Maasmonding het eiland Rozenburg was ontstaan. De Oude Maas, een van de vroegere mondingsarmen van de Maas, vormt thans de weg naar zee vanaf Dordrecht.


KANALISATIE EN BEVAARBAARHEID.

(De Maas meandert door het landschap.) 


Daar de Maas een regenrivier is zijn de waterstanden zeer afhankelijk van de neerslag en de rivier meandert sterk.
Ter bevordering van de bevaarbaarheid zijn daarom in de loop der jaren vele verbeteringswerken uitgevoerd en sluizen en stuwen gebouwd.
In Frankrijk en België werd met de verbeteringswerken en kanalisering een aanvang gemaakt in het midden van de 19e eeuw.
van het Marne-Rijnkanaal bij Troussey af is de rivier bevaarbaar en weliswaar vandaar tot de Belgische grens gekanaliseerd, maar slechts bruikbaar voor schepen van 38 tot 47,5 meter lengte, van verdun tot Givet. Er zijn in dit gedeelte, dat Canal de l´Est Nord wordt genoemd, 59 schutsluizen die grotendeels met de hand bediend worden.

(Canal de l'Est Nord.)


Ook het Belgische gedeelte van de rivier is geheel gekanaliseerd.
In 1850 werd een begin gemaakt met de bouw van het laterale kanaal tussen Luik en Maastricht en in 1843 werd te Luik de eerste stuw gebouwd.
Tot 1884 werd de Maas aldus bevaarbaar gemaakt voor schepen tot 600 ton draag- vermogen, waarbij sinds 1865 door de bouw van grotere sluizen reeds rekening gehouden werd met een toekomstige verbetering van de bevaarbaarheid.  De stuw bij Monsin kwam gereed na de WO-I, die bij Ivoz-Ramet en Neiville-Ampsin in 1934 en 1960. Tegenwoordig telt de rivier in België 17 sluiswerken en is van Givet tit nabij Hoei (Huy) geschikt voor schepen tot 1350 tot en benedenstroom daarvan tot 2000 ton, waarbij dan van Luik tot Ternaaien van het Laterale Albertkanaal gebruik wordt gemaakt.


                             (Links het Albertkanaal en rechts Ternaaien, Julianakanaal en de Maas.)

De verbinding tussen het Albertkanaal en het Nederlandse Julianakanaal, dat van Maastricht tot aan Maasbracht de laterale vaarweg vormt stond in 1961 bekend als de 'Stop van Ternaaien', omdat daar slechts schepen van 600 ton konden passeren. Het kanaal is thans geschikt voor schepen van 2000 ton. Het laterale Julianakanaal, eveneens bevaarbaar voor schepen tot 2000 ton, kwam in 1934 gereed en bestaat uit 2 panden met 3 sluizen, die alle een groot verval hebben. Borm zelfs 11,35 meter. Heden ten dage is ook de bevaarbaarheid van het kanaal voor grotere tonnage aangepast.



De Maas is dan weer bevaarbaar van de sluis bij Maasbracht naar Wessem tot bij de stuw in de Maas bij Linne. Hier vandaan gaat de scheepvaart gebruik maken via de sluis in Heel, het lateraal kanaal langs de Maas van Linne tot Buggenum, met een lengte van 8,9 kilometer, om weer bij Roermond in de Maas uit te komen. ten westen van de reeds bestaande sluis Linne kwam ook de sluis Heel gereed.
Het kanaal werd in 1972 geopend en sneed hierdoor vele bochten af, waardoor de Lus van Linne ontstond.


(Stuw in de Maas bij Linne.)

De kanalisatie van de Maas beneden Maasbracht tot Grave kwam tot stand tussen 1918 en 1929 en omvatte vijf beweegbare stuwen, ten einde bij de laagste waterstanden voldoende vaardiepte, van drie meter, te verkrijgen, met schutsluizen voor de scheepvaart.
In totaal telt de Maas zeven stuwen.  Van deze heeft de sluis bij Grave een iets hogere drempel, maar schepen met daarvoor grotere diepgang kunnen gebruik maken van het Maas-Waalkanaal, dat ten noorden van Mook aansluiting geeft op de Waal.
verder kanalisatie van de rivier benedenstrooms van Mook af tot de reeds in 1904 voltooide nieuwe uitmonding in de Bergsche Maas en Amer kwam tot stand in de dertig vorige eeuw. De rivier werd daarbij  verbeterd door een aantal bochtafsnijdingen, een bekorting van 19 kilometer, verbredingen en verdiepingen, terwijl de stuw bij Lith tot stand kwam. tevens werd daarbij een eind gemaakt aan de overstromingen, in die tijd, door zeer hoge waterstanden van Waal en Maas bij de Beersche Overlaat.
Deze overlaat, die waarschijnlijk reeds uit de 12e eeuw dateerde werd in 1942 opgeheven.
Voor duwkonvooien die tot 180 meter lang zijn en 22,8 meter breed, zijn vele sluiswerken in de Maas een belemmering, maar een mogelijkheid van een aanpassing is pas in 1972 begonnen.


SCHEEPVAART EN GOEDERENVERVOER.

De Maas in België en Nederland is een druk bevaren waterweg, waarlangs aanzienlijke hoeveelheden goederen in het internationale en binnenlandse verkeer worden vervoerd.
In de periode dat in België en Nederland de kolenmijnen nog geopend waren was het vervoer van kolen op een hoogte punt.
In de tweede helft van de vorige eeuw was het vooral, door de grind- en zandwinning langs de oever van de Maas, het vervoer van deze producten voor projecten in de wegenbouw en de aanleg van de deltawerken in Zeeland.
De belangrijkste binnenvaarthavens langs de rivier zijn Luik, Maastricht, Maasbracht, Roermond en Venlo. Verder is de rivier geliefd bij de recreatievaart.


STRIJD TEGEN OVERSTROMINGEN.

(Overstroming door hoge waterstand.)

De Maas heeft door de eeuwen heen van zich laten spreken door de overstromingen welke ontstonden door zware regenval en dooi van sneeuw in de stroomgebieden van Frankrijk en België.
Deze overstromingen koste de gemeenschap kapitalen om de schade te herstellen.
Door de zand- en grindwinning in de uiterwaarden ontstonden er enorme waterbuffers om in dergelijke perioden zoveel mogelijk water op te vangen.

 Hierdoor ontstonden bij Roermond enorme waterplassen tussen de Maas en het Lateraal kanaal. 
Deze plassen zijn in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een enorm watersport gebied met recreatie bewoning.
Doch dit bleek niet voldoende met de huidige klimaat- wisseling om overstromingen te voorkomen. Zo ontstond het enorme Grens-Maas project.
Zo werden veel dode Maasarmen terug gegeven aan de rivier. De Lus van Linne werd grotendeels uitgebaggerd voor grindwinning en om later als opslag buffer te dienen.
Ook ten zuiden van Wessem werden zowel op Belgisch als op Nederlands grondgebied enorme projecten ontwikkeld langs de beide oevers van de Maas waar deze niet bevaarbaar is om waterbuffers te creëren.
Deze gebieden werden uitgebaggerd voor winning van zand en grind en later aan het landschap teruggegeven in de vorm van natuurgebieden en recreatie gebieden.
Dit enorme project de rivier weer ruimte te geven moet het landschap beschermen tegen overstromingen in de toekomst.

(Het Grens-Maas project bij Meers.)


(Het gebit van een Mammoet.)

Het uitbaggeren van deze gebieden, waar vroeger de rivier vrij spel had, leverde ook veel archeologische vondsten op van oude nederzettingen en dieren die wij alleen nog kennen van getekende afbeeldingen.