zaterdag 23 september 2017

SRI LANKA RONDREIS - SIGIRIYA OLIFANTEN. DAG 4.

SRI LANKA 

HET EILAND VAN VAN SPECERIJEN,

THEE EN OLIFANTEN. (4)


SIGIRIYA. DAG 4. 09-09-2017




Ook deze ochtend was het bijtijds opstaan weer de koffers pakken, een ontbijt en na het inladen van de bagage vertrekken , voor een rit van 82 kilometer naar de plaats Sigiriya. 

De route liep door een rijk bebost gebied waar we regelmatig het verkeersbord tegenkwamen, wat waarschuwde voor overstekende olifanten.

Rond lunchtijd namen we onze intrek in het sfeervolle bungalow hotel Sigiraya Village.






Een hotel complex gelegen in een enorme jungle aangelegde tuin met enorme oude bomen, planten en waterpartijen. Overal de vermelding van de naam van de boom met een naambordje. Houtenschildjes met de afbeelding van de vogels die er leefden. Zonder meer een gebied van rust.
In dit hotel zouden we drie dagen verblijven. Vanuit de tuin bij het zwembad hadden zicht op de imposante rots van Sigiriya.


Na ons geïnstalleerd te hebben en opgefrist en genoten van de lunch, maakten we ons gereed om met de autobus naar de standplaats te rijden van de jeeps waarmee we een bezoek gingen brengen aan het Minneriya Giritale National Park.
Hier zouden we de olifanten in het wild kunnen zien die tegen de avond op weg gingen naar open waterplekken om te drinken.
Helaas was het een zwaar bewolkte hemel en viel er op z'n tijd wat regen. Het was dan ook regelmatig de kap boven de zitplaatsen verwisselen. De rit was ook niet al de comfortabel door de vele gaten in het onverharde wegdek.




Onze eerste olifanten kwamen we tegen onderweg naar het park waar ze in de wegberm stonden te grazen en duidelijk lieten blijken dat ze niet gestoord wensten te worden gedurende hun maaltijd.


Tijdens de reis verstelde de gids over het verschil tussen de Afrikaanse- en de Indiase olifant. De laatste is kleine, donkerder van huid en heeft pigment vlekken achter zijn oren. Teven zijn de slagtanden kleiner dan die van zij Afrikaanse soortgenoot.
De gehele groep was verdeeld over drie jeeps, maar het was onze chauffeur die er kans voor om zich vast te rijden in een diep modderig spoor.
Poging na poging mislukte om er uit te van de komen, wat leidde tot grote hilariteit uit de andere jeeps. We mochten uit veiligheids- overwegingen niet de jeep verlaten, wat een aanzienlijke vermindering aan gewicht zou hebben betekend. Andere chauffeurs gingen zich en mee bemoeien en trachten onze jeep er uit te trekken met behulp van een ketting, die wel langer werd en uiteindelijk brak.
Uiteindelijk kwam er een jeep die een stalen sleepkabel bij zich had en werden we uit het modderige spoor getrokken. Een enorme olifant die vlakbij stond te grazen liet ons rustig aan modderen, want zijn kracht was het in feite zo geklaard.





Het uiteraard niet mogelijk alle afbeeldingen die er zijn gemaakt van deze geweldige dieren op de website te plaatsen. het was zonder meer een genot op de jonge olifantjes bezig te zien. Hoe ze hun soortgenoten uitdaagden en ze genoten van het verse gras.  Het was indrukwekkend om deze enorme beesten van dichtbij in hun eigen leefomgeving te zien. Helaas bleef het niet droog en keerden we onder de kap om droog te blijven terug naar de standplaats van de jeeps, waar de autobus op ons wachtte. Het was donker toen we weer bij ons hotel aankwamen voor een bad en een uitgebreid buffet voor het avond eten.
Maar een goed gekoelde fles lokaal gebrouwen beer smaakte na zo'n dag best.



SRI LANKAANS GELD.

Intussen hadden we ook kennis gemaakt met de Sri Lankaanse munteenheid, de Sri Lanka Rupi (LKR). Men kent er net als bij onze € munten van 10, 20, 50 en 100, waarna men overgaat in biljetten van 10. 20, 50, 100, 500, 1000 en 10.000 Rupees. Alle biljetten zijn verschillend van kleur, zijn aan de voorzijde voorzien van afbeeldingen uit het land, met links onder een vlinder en rechts een vogel.
Op de achterzijde staan afbeeldingen van Sri Lankaanse dansen. Door de biljetten loopt een dunne zilverdraad.




                                 Zie vervolg: SRI LANKA RONDREIS - SIGIRIYA  DAG 5.

vrijdag 22 september 2017

SRI LANKA RONDREIS - HET BEGIN VAN DE RONDREIS DAG 3.

SRI LANKA 

HET EILAND VAN SPECERIJEN, 

THEE EN OLIFANTEN. (3)


HET BEGIN VAN DE RONDREIS. 08-09-2017

Het was niet de haan die ons deze ochtend van de nieuwe dag, 8 september 2017, wakker maakte, maar  'wake up call' van de receptie.
Het was dus weer de koffer inpakken, zover die was uitgepakt, douchen en ontbijten.
We hadden deze dag een lange rit voor de boeg van 222 kilometer naar Anuradhapura de oude koningsstad 
Het links rijdend verkeer is hier zeer chaotisch door de vele tuk-tuk's en motorfietsen die links en rechts het autoverkeer inhalen en voorrang nemen daar waar het ze uitkomt. We kregen al snel respect voor onze chauffeur die de autobus met grote behendigheid en veilig door het verkeer loosde.
Onderweg werd zo nu en dan een stop gemaakt bij een bezienswaardigheid en voor een lunch pauze.


We maakten onze eerste stop bij een Hindoe tempel. Tot de plaats Puttalam reden we langs de kust om daarna af te slaan naar het binnenland. Een route met een zeer wisselend zicht op het landschap.


( De Hindoe tempel.)

Tijdens deze reis kregen we van de reisleider de nodige in formatie over de flora en fauna van Sri Lanka.
Zo is de lotus bloem een zeer belangrijke offerande   voor de boeddhisten, iets waar ik later op terug kom. 
Sri Lanka is rijk aan palmboom plantages voor de kokosnoten teelt, waar ook weer verschillende soorten van bestaan op het eiland.


Onderweg werd even gestopt bij het werk op de rijstvelden en bij een kudde waterbuffels die gezelschap hadden van de ibisvogels die in de omgewoelde aarde door de buffels weer een hapje konden vinden.
verder zagen we regelmatig aapjes in de bomen langs de weg. 




Het was reeds vroeg in de middag toen we bij ons hotel, het Rajarata Hotel aan de 77 Rowing Club Road te Anuradhapura  5000 aankwamen. Na het uitladen van de bagage was het even snel bijkomen van de busreis om dan weer naar de dagoba van Ruwanweliseya te gaan, waar ook de heilige bodhi-boom staat.
We bezoeken de rotstempel die gebouwd werd in de 3e eeuw voor Chr. In deze tempel ligt een enorme boeddha.


(De rotstempel met de liggende Boeddha.)

Hier maakten we voor het eerst de gewoonte mee dat het verplicht was om bennen bedekkende kleding te dragen en dat het alleen toegestaan was op blote voeten de tempel te betreden.
Onze schoenen werden netjes in bewaring genomen bij de ingang van het complex.
We werden er op gewezen dat het poseren voor de boeddha beelden voor het maken van een foto niet was toegestaan.  




                          (De liggende boeddha en andere beelden in de rotstempel.)

Onverwachts kwam er een groep boeddha meisjesmonniken het terrein op in hun oranje gewaden. maar met geheel kaal geschoren hoofden. Zij beklommen net als wij de top van de rots, maar met meer gemak dan wij met het eelt onder hun voeten van het op bloten voeten lopen.


Vanaf de top van de rots hadden we een fraai uitzicht 
over het landschap met in de verte een paar zeer oude stoepa's die men aan het restaureren was.
De karakteristieke vorm van de boeddhistische stoepa's vindt zijn oorsprong in een aarden heuvel. Later ontwikkelde deze zich verder tot de stoepa's van India en Sri Lanka. De basisvorm van de stoepa (dagoba) bestaat uit een met een piek op een vierkante basis. De stoepa symboliseert de hemel. 
De koningen van Anuradhapura zijn verantwoordelijk voor de grootste stoepa's die ooit zijn opgetrokken.


Na het verlaten van het rotstempel terrein en onze schoenen weer opgehaald te hebben en deze te hebben aangetrokken vervolgden we onze onze reis om een bezoek te gaan brengen aan de gigantische witte stoepa omringt door een witte muur met olifanten en een enorme heilige bodhi-boom.
Het verhaal gaat dat ooit Boeddha onder een dergelijke boom in India (in Bodhgaya) zijn verlichting bereikte. Een loot van deze boom werd naar Sri Lanka gebracht en gepoot bij iedere tempel. Deze heilige bo-boom is een van de vroegst gedocumenteerde bomen ter wereld.





Anuradhapura is een oude kloosterstad en de grootste stad van het oude Sri Lanka, en was meer dan een millennium het middelpunt van de Sri Lankaanse beschaving. In de hoogtij dagen woonden er twee miljoen mensen, onder wie tienduizenden monniken in vele tientallen kloosters. De stad kende in bouwkundig opzicht zijn gelijke niet.
In de stad hebben 113 koningen en vier koninginnen geregeerd en onder hun bewind maakte de kunst een periode van grote bloei door en ontstonden er magnifieke paleizen, beeldhouwwerken en lusttuinen. In de drie grootste stoepa's, die in grootte slechts werden ge-evenaard door de piramides van Gizeh, werden de heiligste relikwieën van het boeddhisme bewaard.


De gigantische witte koepel (Maha Thupa) is gebouwd door koning Dutugemunu. Voor de bouw van de koepel welke een hoogte heeft van 55 meter waren ruim 100 miljoen bakstenen nodig.

De kegelvormige spts is een opeenstapeling van chatra-parasols die niet alleen het koningschap symboliseren, maar ook de vlam die uit het hoofd van Boeddha oprijst, ten teken dat hij verlichting heeft bereikt.
De stoepa staat op een verhoogd geplaveid platform.
Op het platform staan nog enkele stoepa's en boeddha beelden.
Op het moment dat wij deze tempel bezochten was er een ceremonie gaande en overal kwamen we tafels tegen met prachtige bloemoffers. Groepen mensen, met voorop muziekkanten, droegen een  meterslang doek wat om de koepel van de stoepa gewikkeld moest worden.
Het gehele platvorm wordt omringt door een olifanten muur die het geheel lijkt te stutten, zoals de boeddhistische leer de wereld ondersteunt.





Op een verhoging stond omringt door een fraai glanzend koperen hekwerk de bodhi-boom.
Het was een komen en gaan van groepen pelgrims met muziek en eer onze groep weer compleet was om te vertrekken was het reeds donker.
Tijdens het bezoek aan deze tempels maakten we kennis met de Boeddhistische vlag.
We keerden terug naar ons hotel. 'Rajarata', en na een verfrissende douche konden we genieten van een uitgebreid buffet.
De volgende ochtend zullen we naar Sigiriya vertrekken. 



DE BOEDDHISTISCHE VLAG.

Onder in de afbeelding rechts enkele kleine boeddhistische vlaggen.
Vanaf de hijszijde heeft deze vlag vier verticale banen in de kleuren; blauw, geel, rood, wit en oranje.
Naast de oranje baan komen de zelfde kleuren weer voor van boven naar beneden in de zelfde volgorde. 
De vlag werd in 1880 ontworpen als symbool voor het boeddhisme en in Sri Lanka voor het eerst gehesen als symbool voor geloof en vrede. De vlag wordt nu wereldwijd gebruikt om het boeddhisme aan te geven.
De vijf kleuren van de vlag vertegenwoordigen de kleuren van de aura die Boeddha omgaf toen hij verlichting bereikte.
Verklaring van de kleuren:
Blauw staat voor; liefdevolle vriendelijkheid, vrede en universeel mededogen.
Geel staat voor; de middenweg en het vermijden van extremen.
Rood staat voor; zegeningen van beoefening - resultaat, wijsheid, deugd geluk en waardigheid.
Wit staat voor; zuiverheid van Dharma - leidt naar verlossing, buiten ruimte en tijd.
Oranje staat voor; de leringen van de Boeddha - wijsheid.

DE LOTUSBLOEM.

De Latijnse naam is; Nelumbo Nucifera.
Geen ander bloem heeft zo'n figuurlijke rol in de religies van Aziatische landen als de lotus.
Zowel in Indonesië, Malysië, India en Sri Lanka.
In het Hindoe en het Boeddhisme  geloof zien ze het als een heilig symbool en gebruiken het niet alleen in hun offers, maar ook op in hun overeenkomende kust voorwerpen.
In Azië kennen we de kleuren roze, wit en paars. Anders dan de waterlelie die wij kennen en waarvan de bloemen drijven groeien deze steeds uit tot vijf bloembladen opgebouwde bloem op een sterke stengel boven het water en kan de bloem een diameter van 25 centimeter krijgen.
De enorme ronde bladeren, met een diameter van 60 centimeter, zijn bedekt met een netwerk van microscopisch fijne haartjes en zorgen ervoor dat het blad droog blijft als het regent.
Als de bloembladen afvallen ontstaat er een afgevlakte zaadknol welke inwendig is verdeeld in compartimenten, wat aan een wespennest doet denken. De ondergrondse knol van de lotus is rijk aan vitamine C, proteïne (eiwitten) en zetmeel. De zaden gekookt in suiker zijn een lokale delicatesse. De bladeren worden gebruikt voor het inwikkelen van te stomen gerechten en geven aan het eten een aromatische smaak.



                                   Zie vervolg: SRI LANKA RONDREIS - SIGIRIYA  DAG 4.)                                                                                    

SRI LANKA RONDREIS. (DEEL 2 - DAG 1 / 2) HEENREIS EN KENNISMAKING

SRI LANKA 

HET EILAND VAN SPECERIJEN, 

THEE EN OLIFANTEN. (2)

VOORBEREIDINGEN.

Het zijn de voorbereidingen, waar de meeste tijd in gaat zitten bij het op vakantie gaan. 
Het boeken van de reis via het internet was zo gebeurd, een kwestie van al de gewenste gegevens goed in te vullen. Aanvraag van de reisdocumenten, zoals een nog zes maanden geldig paspoort bij vertrek uit het vakantieland, de aanvraag van het visum voor het verblijf in het vakantieland.
Het aanvragen van het visum voor Sri Lanka was gemakkelijk te regelen via internet, iets wat werd aanbevolen.
Een andere bijkomende zaak, maar wel belangrijk, is de controle of er nog vaccinaties nodig zijn voor verblijf in Sri Lanka  en/of het vaccinatieboekje nog up to date is. Verder een list van de apotheek met de eventueel te gebruiken medicijnen er op vermeld is ook belangrijk en tevens de middelen voor eerste hulp.
Vergeet niet op tijd de reis te betalen bij de reisorganisatie. Dan is het wachten op de reisbescheiden met de gegevens over de reis en de vertrektijden voor de heen- en thuisreis.
Dan blijft het inpakken van de benodigde bagage nog over, afhankelijk naar welk gebied je reist.

                                                DAG 1 - DE HEENREIS.


(Airbus A380-300)

De reis naar Sri Lanka op 06-09-2017 begon op Schiphol Airport. Het inchecken van de bagage verliep spoedig en maakten de eerste reizigers reeds kennis met elkaar.
De vlucht  EK 150 naar Dubai, waar moest worden overgestapt, werd met een Airbus A380-300 gevlogen van Emirates Airlines.
Dit toetel kan maximum 853 passagiers vervoeren, heeft een lengte van 73 meter; een spanwijdte van 80 meter; en een kruissnelheid van 907 km per uur.
Met een kleine vertraging vertrokken om 22.20 uur naar Dubai.


Dubai Airport is de thuishaven van Emirates Airlines. Het is volgens de beschrijvingen een van de modernste luchthavens, maar het overstappen op een andere vlucht is een chaotische bezigheid, waarbij je de nodige afstanden moet afleggen en je de nodige veiligheidscontroles moet doorstaan.


(Boeing 737-800)

Van Dubai naar Colombo te Sri Lanka werd de reis voortgezet met een Boeing 737-800, vlucht EK 654, van Emirates Airlines. Het toestel kan maximum 186 passagiers vervoeren; heeft een lengte van 73 meter; een spanwijdte van  80 meter; en een kruissnelheid van 850 km per uur.

Ook in Dubai werd met enige vertraging vertrokken om zodoende met 40 minuten vertraging in Colombo aan te komen in de middag van 07-09-2017,waar het zwaar regende.


DAG 2 - KENNISMAKING MET SRI LANKA.

Onze eerste verbazing was, dat bij het passeren van de emigratie, er geen blik werd geworpen op het door ons aangevraagde visum voor Sri Lanka. het bleek totaal overbodig te zijn, en het in het in het vliegtuig verkregen formulier waarop alle paspoort gegevens moesten worden ingevuld, naam en reden van verblijf, bleek voldoende te zijn om een visumsticker en stempel in het paspoort te verkrijgen met een geldigheid van 30 dagen.
Na onze bagage afgehaald te hebben, werd de groep in de aankomsthal verwelkomt door de reisleider en zijn assistent en kreeg een ieder een slinger van Fragipani bloemen omgehangen die heerlijk roken.
Met een luxe autobus, voorzien van airconditioning reden we na eerst al de koffers te hebben ingeladen, in de regen van het vliegveld naar ons hotel gelegen vlakbij Negombo.






In dit hotel vlak aan het strand gelegen zouden we maar een nacht verblijven. Het is een bungalow complex met veel waterpartijen en planten.   



Volgens het reisprogramma zouden we deze middag nog een bootsafari hebben gemaakt op de Maduwa rivier, maar door het slechte weer kwam dit te vervallen. Na ons in het hotel te hebben geïnstalleerd en ons te hebben opgefrist vertrokken we weer naar een vissersdorpje midden in het groen gelegen, alwaar men voor ons een overweldigende seafood barbecue had klaargemaakt. Intussen was het opgehouden met regenen. Als eerste werd er onder de haan diverse pitten met olie en kamfer aangestoken. De haan is een nationale vogel die de nieuwe dag aan kondigt.
Het was dan ook volop genieten, zittend in een ruimte onder een afdak van palmbladeren, verlicht met fakkels en lokale muziek. Hier maakten we ook kennis met de lokale drank arak.
Nadat alle hongerige magen waren gevuld, de dorst was gelest, werd er onder muzikale begeleiding het volkslied van Sri Lanka gezongen, waarna het aan ons de eer was ons eigen volkslied te zingen.
Voldaan keerden we terug naar ons hotel voor een korte nachtrust, daar het de volgende dag vroeg op was staan voor de reis naar Anuradhapura.




DE FRAGIPANI BLOEM.

De botanische naam voor deze bloem van de gelijknamige boom is Apocynaeae. In Indonesië spreekt men over de Kemboja, in Malysië over de Kamboja, in Thailand over de Lan-tom en in Sri Lanka over de Araliya.
De boom heeft heerlijk welriekende vijfbladige bloemen welke veel worden gebruikt bij Boeddhistische en Hindu ceremonies in offeranden.

Het is de meest gemakkelijke tropische boom die zich laat vermeerderen uit zaden en door snijstekken uit te poten. Dit is een van de redenen, dat deze inheemse boom zich zo snel verspreid heeft in vele tropische gebieden. Deze bomen komen ook veel voor op de Moslim begraafplaatsen.
Het is een boom die de meest vreemde of populaire benamingen heeft gekregen zoals; Dead Men's Fingers (Australië); Jasmin de Cayenne (Brazilië) en de Pagoda of Temple Tree (India). Bij het afsnijden van een tak of het maken van een inkeping in de bast scheidt de boom een stollende witte latex vloeistof af.
De meest voorkomende kleuren van de Fragipani zijn de witte bloem met het gele hart, de rode met een geel-bruin hart en de gele met buitenom een witte rand.
De boom heeft een zeer grillige knoestige groei (vandaar de Australische naam) en kan wel zeven meter hoog worden.


           Zie vervolg; SRI LANKA RONDREIS - HET BEGIN VAN DE RONDREIS DAG 3.)

donderdag 21 september 2017

SRI LANKA RONDREIS. (DEEL 1)

SRI LANKA;

HET EILAND VAN SPECERIJEN, 

THEE EN OLIFANTEN. (1)



SRI LANKA.

Sri Lanka het voormalige Ceylon, is een eiland gelegen ten zuiden van het Land India in de Indische Oceaan en ligt slechts enkele graden ten noorden van de evenaar. Officieel is het de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka.
De naam komt uit het Sanskriet 'Lankadweepa' wat schitterend eiland betekend. Sri is in het Sanskriet; eerbiedwaardig. 
De vorm van het eiland lijkt op een traan of een paar. Men spreekt daarom wel over de traan op de wang van India.
Sri Lanka is een eiland met een zeer afwisselende geologie. 
Hoge rotsachtige bergen met watervallen; laagland gebieden met oerwouden, tropische stranden met goudgeel zand en heuvelland met thee- en koffieplantages. 
Het eiland heeft een oppervlakte van 64.740 km², waarbij de grootste afstand van noord naar zuid 430 km is en van oost naar west 220 km. Het is ongeveer twee keer de oppervlakte van Nederland. De hoofdstad is Sri Jayewardenapura Kotte gelegen ten oosten van Colombo, waar de regering is gevestigd. (Kotte betekend vesting).

De hoogste berg is de Pidurutalagala met 2524 meter en de bekendste en heilige berg is de Adam's Peak, die 2243 meter hoog is.
Deze bergen in het hoogland vormen in feite een voortzetting van de Westelijke Ghats in India.
Ruim 7000 jaar geleden, na het smelten van de ijsmassa's na de laatste ijstijd, waren India en Sri Lanka met elkaar verbonden door een landrif, van eilandjes en zandbanken. Uit oude geschriften blijkt dat tot de in de 15e eeuw het mogelijk was over 'land' van India naar Sri Lanka te reizen voor mens en dier.
Doordat de bergen een scheiding maken tijdens de moessons ontstonden er droge gebieden, waar weinig neerslag voorkwam.
Aangezien op deze vlakten als zij vochtig waren het gehele jaar door rijst verbouwd kon worden, de hoofdvoeding van het land, bouwden de bewoners er al in 400 v.Chr. waterreservoirs, welke er tegenwoordig nog liggen. Het eiland is verder rijk aan rivieren en buiten thee en koffie staat het bekend voor de export van kinine, rubber (latex) en kokosnoten.  

GESCHIEDENIS IN HET KORT.

(De stoepa van Anuradhapura.)

Volgens archeologisch materiaal zouden er reeds mensen in het gebied geleefd hebben, zo'n 125.000 jaar geleden.
Rond de 4e eeuw v.Chr. kwamen de eerste emigranten uit Noord-India naar het gebied, de voorouders van de huidige Singalezen. Zij vestigden in de rivierdalen aan de kust, daar deze geschikt waren voor de teelt van rijst, hun hoofdvoedsel.
Volgens de legen de gaat de stamboom van de Singalezen terug tot de gemeenschap van de leeuw (sinha). Dit dier zien we ook terug in de nationale vlag en wapen van Sri Lanka.
In de 5e eeuw v.Chr. bezocht Boeddha het land en stierf er 60 jaar later. Pas na twee eeuwen na zijn dood kwam zijn leer in opgang, door de bekering van de Indiase keizer Ashoka, die zijn zoon Mahinda naar Sri Lanka stuurde om het geloof te verspreiden. 
De Tamils bewoonden reeds in de 3e eeuw het noorden en oostelijk deel van het land. Pas in de 10e eeuw kwam een grote migratie vanuit India opgang. De Tamils verstonden zich vanaf het begin niet met de Singaleze afstammelingen, alhoewel ze vaak dienst deden in hun leger als huurlingen.
Sri Lanka kende door door de eeuwen heen veel koningen die grote bouwwerken, zoals de stoepa van Anuradhapura, lieten oprichten.

KOMST VAN DE EUROPEANEN.

DE PORTUGEZEN.

De eerste Europeanen die Sri Lanka aandeden waren de Portugezen, nadat Vasco da Gama in 1497 de route om Kaap de Goede Hoop naar Indië had ontdekt.
het was de Portugese marinecommandant Dom Lourenço de Almeido die tijdens een jacht op Moorse specerijenschepen voor de kust van India, door ongunstige wind, gedwongen was met zijn negen schepen, de haven van Colombo aan te doen.
Volgens geschriften vermelde men: 'Een ras mensen, met een zeer blanke huid, dragen leren laarzen en hoeden van ijzer. Ze eten wit steen (brood) en drinken bloed (rode wijn). Ze hebben dingen die donderen als een zwaar onweer en waaruit ronde bollen komen die muren vernietigen'.

(De vernederende veldslag van de Portugezen tegen de Singalezen in de strijd om Kandy.)

De koning van Kotte beschouwde de Portugezen als bondgenoten in zijn strijd tegen de oorlogszuchtige Tamils en bood de Portugezen 110.000 kilo per jaar aan kaneel aan in deze strijd.
Sri Lanka werd voor de Portugezen een belangrijk tussenstation, voor hun handel met Macao en ter verdediging van hun handelsroutes in het verre Oosten. IN  1521 werd er opnieuw onderhandeld tussen de Sri Lankanen en de Portugezen, maar de onderlinge relatie verliep verder niet in vrede en draaide uit op een onderlinge strijd om de macht. De Portugezen noemden de hoofdstad Colombo.
In 1560 kregen de Portugezen na een zware strijd en bijna een eeuw, het gehele eiland, behalve Kandy in handen. Bij de terugtocht liepen zij in een opgezette hinderlaag, opgezet door de Singalese leider. Het tij voor de Portugezen begon te keren en er waren meer kapers op de kust.

DE HOLLANDERS.

(Kaart van Sri Lanka gemaakt in opdracht van de Verenigde Oost-Indische Compagnie.) 

De Portugezen begonnen langzaam hun heerschappij over zee in het Verre Oosten te verliezen aan de Hollanders, die vanuit Batavia (Jakarta) met hun machtige VOC-vloot, hun macht in de regio uitbreiden.
De Vereenigde Oost-Indische Compagny werd in 1602 opgericht als tegenpool op de stichting van de Britse Oost-Indië Compagny in 1600.
Volgens de toenmalige wetgeving mocht de VOC eigen troepen in dienst nemen, handelsondernemingen oprichten, forten ter bescherming bouwen en verdragen met buitenlandse heersers sluiten.



(Haven van Colombo tijdens het bewind van de VOC.)

Zo liet de VOC haar oog vallen op Sri Lanka en om dit op de Portugezen in te nemen sloten ze een verbond met de Denen, maar deze laatsten arriveerden  twee jaar te laat.
De koning van Sri Lanka was blij dat de Hollanders de Portugezen verdreven, maar realiseerde zich niet, dat de Hollanders zouden blijven.
Na een zware strijd die eindigde met de val van het Portugese fort Colombo, was het land na 20 jaar in handen van de Hollanders gekomen. Op 12 mei 1656 gaf Colombo zich over en twee jaar later het Portugese garnizoen in Jaffna. Maar het was ook een strijd tegen de katholieke ´paperij en afgoderij´ en het calvinisme. het bekeren van de lokale bevolking stond voor de Hollanders niet op de eerste plaats, maar het doel was de export van specerijen en de winst die daarmee gemaakt werd.



                                 (Het kanaal van Negombo naar Puttalana, het 'Dutch Canal'.)

De Hollanders brachten de haven van Colombo in meer ontwikkeling, bouwden kaneelplantages rond de stad en er werden kanalen aangelegd om deze beter bereikbaar te maken.
De betrekkingen met Kandy bleven gespannen, daar deze steeds minder kaneel begon af te dragen. De verstandhouding verslechterde dusdanig, met gevolg dat in 1766 de Hollanders, Kandy plunderden en een cordon aanlegden van 1,6 kilometer breed tussen het rijk en de zee.
Ook de Hollandse pogingen de wetgeving aan te passen op het Hollandse-Romeinse recht liepen op niets uit. De Singalezen hadden geen passie voor juridische zaken en gebruikten liever de weten van de moslim Tamils toe.
De Napoleontische Oorlogen in Europa deden de macht van de VOC afnemen.


DE BRITTEN.

Inmiddels begon de Britse Oost-Indische Compagny ook belangstelling in het eiland te krijgen, vooral vanwege de bijzonder goede natuurlijke haven van Tricomalee.  
In 1794 werden de Nederlander aangevallen door de Franse troepen van Napoleon en werd de Bataafse republiek uitgeroepen. Dit was voor de Britten een unieke kans om hun macht te vestigen in Sri Lanka, onder de belofte dat zij 'tijdelijk' het eiland voor de Hollanders zouden besturen.
De Britten zetten 1200 soldaten aan land in Tricomalee en ondervonden van de nietsvermoedende Hollanders weinig tegenstand. De Britten sloten een niet getekende overeenkomst met Kandy, dat zij voor hulp om de Hollanders te verdrijven, de haven van Colombo kregen, wat hun uit het verlammende isolement zou halen.
Gezamenlijk trokken Britse en Indiase troepen met Kandy op langs de kust en ondervonden alleen verzet van Maleise huurlingen, en Colombo viel in hun handen. Hierna hadden de Britten, Kandy niet meer nodig en de overeenkomst werd nooit bekrachtigd.


(Opstand van Kandy tegen de Britten wordt neergeslagen in 1817.)


Uiteindelijk kwam Kandy niet door militaire overmacht, maar door diplomatieke manipulaties in Britse handen. In 1814 verklaarde de edelen van Kandy in stilte de oorlog aan de Britten, en kwamen in 1817 in opstand, welke met een slachtpartij werd neergeslagen.
De Britten begrepen dat ze Kandy niet links konden laten liggen en legden een spoorlijn aan die Colombo nog slecht vier uur reizen verwijderde van Kandy. Na de opstand was er nooit meer sprake van enig serieus verzet tegen de Britten.

(Britse spoorlijn naar Kandy.)

Op economisch vlak traden er grote veranderingen op.
ER werden goede wegen aangelegd door het bergland, dat uitermate geschikt was voor het verbouwen van koffie en thee. Enorme plantages werden aangelegd. Maar de teelt van koffie duurde niet lang daar de volledige oogst werd aangetast door de bladziekte.
Een ander probleem, waren de lokale arbeiders, die het werk op de plantages niet zagen zitten. Ze hadden immers genoeg aan hun eigen stukje grond. Hiermee begon de invoer van arbeiders uit India voor het dagelijks plukken van de theeblaadjes. De Britten noemden het eiland Ceylon, wat ook de naam voor de daar geplukte thee werd.


  (Britse vlag voor de kroonkolonie Ceylon.)

Gedurende de WO-II werd het eiland niet door de Japanners  bezet. Zij voerden wel een bombardement uit op de havens van Colombo en Trincomalee. 
Na de WO-II klonk er ook op dit eiland de roep naar onafhankelijkheid en in 1945 werd het eiland als een dominion beschouwd.

Op 4 februari 1948 werd Ceylon onafhankelijk van Groot Brittannië maar vrede tussen de bevolkingsgroepen onderling zou nog een lange weg te gaan. De naam Ceylon werd veranderd in Sri Lanka. In 1983 brak er een burgeroorlog uit, die pas in 2009 zou eindigen toen de 'Tamil Tijgers' hun wapens neerlegden.


STAATS SYMBOLEN VAN SRI LANKA.

VLAG VAN SRI LANKA.

De huidige vlag van Sri Lanka werd officieel aangenomen op 17 december 1978.
De vlag bestaat uit twee delen in een geel kader.
In het rechterdeel in een rood veld staat een leeuw met een zwaard in zijn rechter poot en kijkend naar de hijszijde van de vlag. In de vier hoeken van het rode veld staat een blad van de bodhiboom afgebeeld. het linker deel van de vlag bestaat uit twee verticale banen in de kleuren groen en oranje. Sri Lanka kent ook een marinevlag welke een volledig wit veld heeft met linksboven in het kanton de vlag van het land afgebeeld.

BETEKENIS.

Alle elementen in de vlag hebben een symbolische betekenis. het rechterdeel van de vlag is afkomstig van het voormalige koninkrijk Kandy.
De leeuw staat voor de Singalezen, die de meerderheid van de bevolking uitmaken en ook merendeels boeddhistisch zijn. Singa betekend leeuw.
De bladeren van de bodhiboom zijn heilig in het boeddhisme; zij representeren de invloed van de godsdienst op de maatschappij en staan symbool voor de vier verheven geestestoestanden: vriendelijkheid, compassie, vreugdevolle appreciatie en evenwichtigheid. Tevens symboliseren zij de vier religies op het eiland; het boeddhisme, hindoeïsme, christendom en islam.
Het zwaard dat de leeuw vasthoudt staat voor de onafhankelijkheid van het land. De staart staat symbool voor het edele achtvoudige pad van het boeddhisme. de manen staan voor wijsheid, religiositeit en meditatie. Zijn baard voor de puurheid van woorden en zijn neus voor intelligentie.
De handgreep van het zwaard staat symbool voor de elementen vuur, water, lucht en aarde.
Buiten de vier bladeren in de vlag staat de kleur van de oranje baan voor de hindoeïstische Tamil-minderheid, de groene baan voor de moslims en het gele kader voor de andere minderheden.

WAPEN VAN SRI LAN KA.

Het wapen van Sri Lanka werd ingevoerd in 1972 bij de oprichting van de republiek.
Centraal in het wapen staat een gouden leeuw, welke ook op de vlag is afgebeeld. De rode cirkel met de leeuw wordt omgeven door een rand in de kleuren wit-blauw-wit. Daar om heen zijn zestien gouden bladeren van de lotusbloem afgebeeld op een blauwe achtergrond.
Deze bladeren worden omgeven door een rand met de kleuren goud-blauw-goud. Dit geheel staat op een gouden vaas, waaruit gouden rijstaren komen die om de cirkels heen gaan.
Boven de cirkels staat een blauwe dharmachakra op een gouden achtergrond.
De vaas staat op een gouden standaard en aan beide zijden van de vaas staat nog een plakkaat. Aan de ene zijde een gouden halve maan en aan de andere zijde een gouden zon. De zon en de maan hebben beiden een gezicht. Het gehele wapen wordt omgeven met een blauwe rand.



BETEKENIS.

De leeuw komt uit het laatste wapen van de koning van Kandy en komt ook voor op de nationale vlag. Rijst is het belangrijkste voedingsmiddel en landbouwproduct van Sri Lanka.
Alle overige symbolen zijn afkomstig uit het boeddhisme, het grootste geloof op het eiland.
De blauwe dharmachakra staat voor de boeddhistische leer, de acht spijlen van het rad voor het 'Achtvoudige Pad' en de lotusbladeren staan voor reinheid. De zon en de maan staan symbool voor een lang leven. De vorm van het wapen is afkomstig van de mandala, een symbool uit Tibet dat de kosmos weergeeft.


                                      Zie vervolg: SRI LANKA RONDREIS. (DEEL 2)