maandag 30 januari 2012

DE KRIS. (Deel 2)

HET MATERIAAL.

Men kan de krissen in twee groepen indelen afhankelijk van welk materiaal ze zijn gemaakt. De enen groep wordt gevomd door de kriossen waarvan het lemmet bestaat uit glad gesmeed staal of ijzer, de andere groep waarvan het lemmet is samengesteld uit stroken mataal van verschillende kwaliteit. De meest kostbare krissen zijn samengesteld uit stroken nikkelhoudend meteoorijzer.

( Een fraai bewerkte Bali kris.)

Op Java zijn enige meteorieten gevonden en een groot stuk meteoriet ligt bij de kraton van Solo. Men noemt dit het; 'ijzer van de goden' en brengt er ook offers aan.
Voor het verbinden van gewoon ijzer aan de stroken nikkelhoudendijzer is een speciale techniek vereist, waarbij beide soorten volgens een bepaalde volgorde op elkaar aaneen gesmeed worden. Dit is het geheim van de smid!

MODELLEN.

Het lemmet van de kris is recht of gegolfd van vorm, waarbij beide vormen zijn afgeleid van de mytische slang, de naga. Het rechte lemmet symboliseerd de rustende slang en het gegolfde lemmet de slang in beweging. Op Java bestaat er een sterke relatie tussen de kris en de slang. Om de machische kracht van de kris te vergroten, smeerd de Javaan deze in met het inwendige van een slang.

De meest vookomende versiering van het gevest van de kris is de vorm van een mens, dier of vogel. Vooral de leeuwenkop is een geliefde afbeelding. Maar veelal komt men ook afbeeldingen tegen uit de mytologie, halfmens, half dier. Door de opkomst van de islam op Java versoberde snel al de versieringen aan de schede en gevesten.



Bij de Balinezen welke hindu van geloof zijn, wat niet verward moet worden met het hindu geloof in India, zijn de krissen juist rijk versierd. Vaak gaat de versiering van de schede volledig over in de schoen, de afsluitrand aan de bovenzijde van de schede, en het gevest.





Veelal wordt de kris rijk versierd met koper- of zilverbeslag en voorzien van bloemen- en planten motieven. Vaak bestaat het geheel uit fraai houtsnijwerk met afbeeldingen uit mytische vertelingen van de Barung, waarin ook een krissen dans wordt opgevoerd.





( Een Balinese kris gedragen op een bruiloft.)




Ook hier wordt de kris gedragen bij tempelceremonies of bruiloften achter in de gordel of zoals bij een huwelijk achter op de rug met het gevest achter de rechter schouder.






De oude traditie van de Kris gaat zowel op Java als op Bali langzaam verloren. Veel van deze erfstukken komen op de antiekmarkt terecht omdat men er geen waarde meer aan aan deze traditie hecht of omdat men geld nodig heeft. Echte fraaie modellen moeten dan ook een aardige prijs opbrengen en dan is het nog wat de gek er voor geeft.







DE KRIS. (Deel 1)

ALGEMEEN.

Niet alleen op Java, maar over de gehele Indonesische Archipel vormen krissen, dolken en zwaarden een stuk traditie. Vooral op Java en Bali zijn het karakteristieken elementen in hun dagelijkse cultuur. De kleding van een Javaan of een Balinees zou bij een ceremonie niet volledig zijn zonder kris.
De kris is een speciaal en bijzonder onderscheidingsteken van de man. In vroegere tijden was het een geducht wapen in de strijd tegen een vijand.


(Een kris uit Kalimantan [ vm. Borneo].)

Bij feestelijke gelegenheden draag de Javaan ook nooit slechts één kris, uit eerbied voor zijn voorouders draagt hij, naast zijn eigen kris, degene die hij van zijn vader erfde, rachts achter zijn gordel. Een getrouwde Javaan draagt bovendien ook nog links achter de kris die hij als huwelijksgeschenk van zijn schoonvader heeft gekregen.


( Eeen Javaan draagt een kris.)

Verkeerd een Javaan in hoger gezelschap, dan zal hij de kris zo dragen dat de handgreep onder zijn rechterschouder uitsteekt. Omdat een kris niet alleen een teken van zijn waardigheid is, zal hij in noodsituaties beide krissen aan de linkerzijde zo tot het grijpen hebben. Het was vroeger de gewoonte dat iedere Javaan een kris in zijn bezit had.

MYSTIEK.

Afgezioen van het feit dat de kris zowel een wapen is om te dragen als een sieraad, heeft deze ook nog een rituele betekenis. Volgens de overleverinmg die op vele manieren wordt verteld, maar waarin het er uiteindelijk op neerkomt, werd de smeedkunst om een kris te maken eens door de goden aan de mensen toevertrouwd.
Hoe lang de kris reeds in Indonesië in gebruik is weet men niet.


( Een Javaanse kris.)

De Javaanse wapensmid, empu genaamd, deed zijn werk met religieuze overgave, door hem werd de kris 'bezield' en kwamen er prachtige kunstwerken tot stand. Geen kris is gelijk aan de andere.
Aan sommioge krissen werden zelfs bovennatuurlijke krachten toegeschreven. Men offerde zelfs aan dergelijke krissen. Men zal ook nooit met de punt van het lemmet naar zich zelf toewijzen om de geest van het mes niet te verzoeken.
Zo leefde het geloof in de geest en macht van de kris naast het moslim geloof van de Javaan.


(Een Balinees draagt een kris.)








zaterdag 28 januari 2012

JAKARTA. De keerzijde van de medaille.

Vervuiling van het oppervlaktewater is in Jakarta enorm. Kleine rivieren slibben dicht en de kanalen zijn een smerige stinkende drap. Tonnen plastic- en kunstofafval drijven op het water en zinken langzaam naar de bodem. Plastic, van zakjes waarin eten wordt verkocht, plastic van boodschappentasjes, plastic drinkwaterflessen, kunstof containers met resten olie of chemische middelen, huisraad, lege oliedrummen en dode dieren.

Het is een bron van ziekte en infectie met daar tussen ratten zo groot als konijnen.

Uiteraard is de vervuiler de mens zelf.



Oorzaak is de overbevolking van deze miljoenen stad en de gebrekkige vuilnis ophaaldienst.

De kanalen aangelegd tijdens de Nederlandse overheersing kunnen niet meer worden doorgespoeld, daar de spoelsluizen niet meer werken.






Ook in de haven drijft overal plastic, kunstof en olieresten op het water. Achteloos overboord gegooid vanaf de schepen. Deze enorme vervuiling komt uiteindelijk ook in de zee terecht, wat weer ecologische gevolgen heeft.




Het is moeilijk te realiseren, dat er nopg duizenden mensen zijn die van dit afval leven. Zowel op het water als op de vuilnisstort. Op planken of vlotten van bamboe pedelen ze door de vioezigheid en verzamelen het plastic wat gerecycled kan worden. Papeir, karton, metalen, electronica resten alles wordt gescheiden en helaas voor het merendeel door kinderen. Zo verdienen ze er een paar rupiah mee, net genoeg om een hap rijst te kopen.




Het merendeel van deze mensen zijn migranten die van het platteland naar de grote stad trekken in de hoop op een beter leven, maar veelal ongeschoold en zonder vastwerk. Veel jnge lui vervallen dan ook in de criminaliteit.





Ze leven in krotten, waar wij nog geen hond in zouden onderbrengen. Langs de rivieroevers staan ze op palen gebouwd boven het stinkende water, verstoken van iedere sanitaire voorziening. Ze bouwen boven het water daar ze dan zogenaamd geen grondbezit hebben. Uit de beerput waarboven ze leven wordt ook nog vis gevangen die ze opeten. Schoonwater (niet drinkbaar) wordt ergens uit een centrale kraan getapt of men gebruikt regenwater.
Deze menselijke bron van armoede en ellende dringt soms zover richting het stadcentrum op, dat ze met honderden uit hun bouwval worden verdreven, met wat ze kunnen reden van hun bezittingen, door de politie en het leger die dan het geheel platbranden en met buldozers verwijderen. Dat hier soms doden bij vallen wordt niet over gesproken en een ander onderkomen krijgen ze ook niet.


Zo is dit een steeds terugkerende cyclus van ellende en verdriet.




( Schoon badwater?)



De regering migreerd veel van deze gezinnen naar andere eilanden en hoopt dan dat ze daar een bestaan kunen en opbouwen, maar of dat helpt blijft de vraag, daar ze door de lokale bevolking daar echt niet met open armen worden ontvangen.


Dit is de keerzijde van de medaille van iedere grote stad in Indonesië, maar vooral op Java.


Het is iets wat maar weinig touristen te zien krijgen of misschien helemaal niet willen zien.











JAKARTA. LAATSTE DAG EN AFSCHEID.

ZATERDAG 21 JANUARI 1989.


Wat doe je zo'n laatste dag voor vertrek? Laat opgestaan en begonnen met het inpakken van al de bagage, dat wat ik reeds bij me had en dat wat er in de afgelopen weken bij was gekomen.

Het was passen en meten maar ik kreeg het niet in mijn koffers gepakt. Dus snel naar Jalan Surabaya gegaan om een stevige tas te kopen, waarin ik de niet breekbare artikelen verpakte en de rest in mijn koffers. Het was een geluk dat ik van mijn werkgever met een gewicht van 45 kilo mocht reizen, want daar kwam ik zeker aan buiten mijn handbagage.

Verder was het een dag van vrienden ontmoeten en samen nog wat eten en drinken en afscheid nemen. Ze hadden ook weer allemaal een afscheids geschenkje bij zich en wist dit in de tas onder te brengen. Al met al werd het met Torang en de vrienden kliek laat deze avond.


ZONDAG 22 JANUARI 1989.


Ik werd optijd door Torang en een paar vrienden met de auto opgehaald om naar het vliegveld van Jakarta te gaan. Het was maar goed dat we ruim de tijd hadden genomen daar er een protest actie gaande was en het verkeer volledig vast zat op sommige kruispunten, maar we haalden het. Het was een emotioneel afscheid op het vliegveld na deze prachtige weken met vriendschap. Ik beloofde heilig weer terug te keren naar Indonesië.




Met Singapore Airlines naar Singapore gevlogen en daar overgestapt op de vlucht met de zelfde maatschappij naar Amsterdam-Schiphol. Zowel bij het inchecken van de bagage in Jakarta als bij de douane in Amsterdam geen problemen ondervonden.

Het was wel wennen aan het winter weer in Nederland.

vrijdag 27 januari 2012

JAKARTA. ART & ANTIEK.

VRIJDAG 20 JANUARI 1989.

In de late ochtend naar Ancol Art Market gegaan met de taxi. Het is echt een plaats als je wat aardigs wil kopen als aandenken voor het thuisfront. Een plaats voor 'souvernir hunters and art lovers'. Je kan er ook de artisten zelf aan het werk zien met schilderen, houtsnijden, wajangpoppen maken en batikken.




Zo viel mijn oog op twee fraaie wajangpoppen, maar toen ik vroeg wat ze moesten kosten bleken ze niet te koop te zijn, daar de maker bezig was met een hele spelcollectie.Na veel een en weer gepraat kwam de maker er met twee andere poppen te voorschijn, waar volgens hem een klein foutje aanzat, maar dat ik zedlf niet eens kon ontdekken. Deze kon ik wel van hem kopen en toen begon het pingelen over de prijs. Ik had dit aardig onder de knie gekregen en na twee bij te zijn weggelopen, daar ik de prijs te hoog vond, kwam hij me achterna met een nieuw aanbod en werden we het uiteindelijk eens. Hij zal er toch zeker wel een aardige boterham aan verdient hebben.



Voor het thuisfront een paar fraai bewerkte kistjes gekocht die altijd wel ergens voor gebruik zouden worden, al was het alleen al voor de sier.
Met mijn inkopen met de taxi terug gereden naar het stadsdeel Menteng en me aflaten zetten aan het begin van Jalan Surabaya. Langs één zijde van deze straat ligt de Pasar Barang Antik.


Hier is met zegen en schrijven van alles te koop, 'kunst', koperwerk, lampen, glaswaren, pocelain, zilverwerk, houtsnijwerk, scheepbenodigdheden, zwaarden, geweren tassen en koffers etc. etc.
Of het nu antiek is, of niet, het blijft de vraag, en als het er niet oud uitziet maken ze het wel oud.


Je moet hier dus een echte kenner zijn wil je niet van een koude kermis thuis komen. Maar al met al is het de moeite waard om er lekker rond te kijken en je ogen de kost te geven.
s'Avonds met Torang en een paar vrienden uit eten gegaan. Nog één dag en dan is het weer huiswaarts vliegen.






JAKARTA - SUNDA KELAPA & PUIMSTEEN.

DONDERDAG 19 JANUARI 1989.

Deze ochtend eerst bij de kleermaker langs gegaan. Al mijn shirts en broeken waren klaar, dus inpakken, betalen en wegwezen.



In de middag met de taxi naar de schoenerhaven Sunda Kelapa gegaan. het is wel oppassen als je een taxichauffeur vraag om je naar Sunda Kelapa te brengen, daar er ook een straat is met die naam. Men kent de haven hier onder de naam Pasar Ikan.
Deze schoeners, Pinisi, onderhouden de handel tussen de eilanden waar grotere schepen vanwege hun diepgang niet kunnen komen. Ze komen oorspronkelijk uit Sulawesi en worden bevaren door de Bugis. De scheepjes, vroeger hoofdzakelijk zeilscheepjes, maar nu veelal uitgerust met een dieselmotor, worden nog met mankracht geladen of gelost.
Het is iets waar je echt uren naar kan zitten kijken.





Van een van de scheepjes werden zakken met stenen gelost en ik was verbaast hoe gemakkelijk men deze volle zakken over een loopplank de wal opdroeg. Maar toen ik het gesteente beter bekeek en het woog in mijn hand bleek het puim steen te zijn.



PUIMSTEEN.

Puimsteen is een sterk poreus vulkanisch gesteente. Door de grote hoeveelheid holtes is het gesteente zeer licht zodat het zelfs op water blijft drijven. Zo komt het voor dat het gesteente ver van de vulkaanuitbarsting door de zeestroming wordt meegenomen en elders op de wereld op stranden komt te liggen.

Puimsteen ontstaat wanneer bij een vulkanische eruptie de vloeibare lava, die veel gassen bevat, zodanig snel afkoelt in het water dat de gasbelletjes niet de tijd krijgen te ontsnappen uit het gesteente. In de oudheid gebruikte men het om zich te scheren, maar tegenwoordig kent men het meer als een schuurmiddel gebruikt door de huisschilders. Ook wordt het gebruikt om de eeltlagen op de voeten glad te houden.

In de bouw wordt gemalen puimsteen gebruikt in cement en als ingrediënt in bepaalde betonsoorten. Ook in de grond- weg- en waterbouw als licht ophoogmiddel bij de aanleg van wegen waar de slappe veenbodem voor een slechte ondergrond zorgt

Na Sunda Kelappa te hebben verlaten ben ik wat aan het rondzwerven gegaan en heb toen echt de keerzijde van de medaille van Jakarta gezien, maar daar later meer over.
In de avond Torang weer ontmoet die zeer geïntresseerd was in mijn ervaringen in de afgelopen dagen. Hij adviseerde me om eens een kijkje te gaan nemen op de Ancol Art Market, Pasar Seni Ancol, niet ver van Sunda Kelapa.











donderdag 26 januari 2012

LOMBOK - BALI - JAKARTA.

WOENSDAG 18 JANUARI 1989.


We waren net optijd in Lembar om de veerboot te halen naar Padangbai op Bali. Zonnig was deze overtocht niet door zware naderende regenbuien met aarde donkere wolken.




Ook de zeegang was niet al te glad en de nodige passagiers kregen last van zeeziekte.

We hadden afgesproken elkaar weer te treffen bij het vliegveld en zo haalden we dan de middagvlucht naar Jakarta. Ook in Jakarta, onder weg van het vliegveld naar de binnenstad, was het één grote verkeers chaos door de ondergelopen straten door de zware regenval die avond. Ik had geen zin meer die avond nog ergens naar toe te gaan en at die avond in het winkelcentrum onder de flat maar een pizza als avond eten.

LOMBOK één dag.

DINSDAG 17 JANUARI 1989.

Ondanks dat we afgelopen nacht allemaal laat in ons bed lagen was iederen present deze ochtend om met een gehuurde mini-bus aan de kleine eiland tour te beginnen. We maakten een uitstapje naar het zuiden van Lombok en genoten van het prachtige landschap, wat een heel ander charme heeft dan dat op Bali en het zag er allemaal veel rustiger en schoner uit.



Bij het ongerepte witte strand van Kuta op Lombok genoten we van de rust. Hier staan nog geen hotels en zijn er dus ook geen horden touristen te vinden.
In een kleine baai heerlijk gezwommen met als enige voorbij ganger een landbouwer met zijn buffels die hij een einde verder bij een kleine rivier uitmonding ging wassen.



De kust van Lombok is hier grillig gevormd en geeft zodoende steeds een ander aanzien. Het water klaar helder en je zwemt tussen prachtig gekleurde visjes.




Vlak bij het strand was een man bezig met het vlechten van palmbladeren voor dakbedekking van zijn huis. Deze stroken worden overlappend op het dak aangebracht en zijn waterdicht, maar wel lucht doorlatend zodat het binnen in het huis koel blijft.

Zijn huisdier, een aap, wist (ook zonder al de tv reclame) dat bronwater drinken gezond was.




Op de terugweg naar Ampenan passeerden we een orgineel Sasak dorp met de typische huizenbouw. Deze dorpen staan bekend om hun met de hand gevormde aardewerken potten welke gebakken worden in een kokosbast vuur.






Rond zevenen waren we terug in ons hotel en maakten het deze avond niet te laat, daar we biojrijds opmoesten staan vroeg de vroege oversteek naar Bali en onze namiddag vlucht terug naar Jakarta. Het was een mooie dag geweest.













BALI naar LOMBOK.

MAANDAG 16 JANUARI 1989.

Na een laat ontbijt en ingepakt te hebben, wat nodig was voor een paar dagen, met een gedeelte van de groep met een mini-bus naar Padangbai aan de oostkust van Bali gereden.
De achterblijvers zouden op de rest van de bagage passen.
Om 14.30 uur vertrokken we met mooi weer uit Padangbai met de veerboot naar Lembar op Lombok, alwaar we tegen 19.00 uur arriveerden.


We hadden tijdens de oversteek een prachtig uitzicht op de kusten van beide eilanden.
Tijdens de oversteek leerden we twee Nederlanders kennen en daar wat mee afgelachen. Ze bleken naar het zelfde hotel te gaan als wij. Dus dat beloofde wat!



Gezamelijk met een mini-bus van Lembar naar Ampenan gereden, waar we goede kamers kregen. Na gezamelijk uit eten te zijn gegaan tot s'nachts twee uur buiten op de waranda gezeten met een natje en een droogje en met de tranen in onze ogen van het lachen.

woensdag 25 januari 2012

JAKARTA - DENPASAR. BALI.

ZATERDAG 14 JANUARI 1989.

Na het ontbijt de hoognodige kleding en mijn camera ingepakt voor het weekeinde. Snel nog wat geld gewisseld en na een gezamelijke lunch op het vliegveld om 15.15 uur van Jakarta naar Denpasar vertrokken, waar we om 18.00 uur lokale tijd aankwamen. Bali heeft plus 60 minuten tijdverschil met Jakarta.



Met een taxi naar ons logement 'Yulia Beach Inn'in Kuta gereden, waar we redelijke kamers kregen. s'Avonds met de hele ploeg uit eten gegaan in 'Made's Warung'.



ZONDAG 15 JANUARI 1989.



In de vroege ochtend opgestaan om met de gehuurde Suzuki-jeep naar Ubud te rijden via een landelijke omgeving. De ochtend nevel hing nog tussen de bomen, maar er was al overal bedrijvigheid in de dorpen.


Eenmaal in Ubud eerst uitgebreid koffie gedronken in de 'Lotus Garden', waar we uitzicht hadden op een enorme vijver vol met lotusplanten met bloemen.




We bezochten eerst een ikat-weverij, waar ik een paar mooie doeken kocht voor thuis, waarna we een bezoek brachten aan 'The Duck Man Of Bali'. In dit bedrijfje worden hoofdzakelijk eenden en vogels in alle standen uit hout gesneden en prachtig beschilderd.





Dus waarom er niet eentje gekocht? Het bleef niet bij eentje, dus werden het eendjes. Het was een benauwde en erg warme dag en het lag niet aan ons, want ook de Balinezen klaagden er over.


In de namiddag waren weer terug in Kuta en na ons wat opgefrist te hebben zijn we naar het Kuta strand gegaan om onder het genot van een koude fles bier te genieten van de zonsondergang. Weer naar 'Made's Warung' gegaan om te eten. Morgen met een deel van de ploeg naar Lombok.

maandag 23 januari 2012

JAKARTA - PUNCAK PAS.

VRIJDAG 13 JANUARI 1989.

Het was zowaar droog deze ochtend en zodoende belde ik een kennisje of ze zin had om met de auto met me naar de Puncak Pas te rijden.

PUNCAK PAS.

Puncak ( oude schrijfwijze Poentjak) is de naam van een pas die men passeert, als men van Bogor naar Bandung reist. Letterlijk vertaald betekend het 'top'.
Het hoogste punt van deze pas bevindt zich op 1500 meter boven de zeespiegel.



Daar de pas hoog is gelegen en daardoor relatief koel gebied is, was dit al voor de 2de WO een populair gebied om de hitte van Jakarta te ontvluchten en al snel verschenen er fraaie buiten huizen van de welgestelden. Ook nu is het een geliefd gebied vaar de bewoners uit Jakarta om in het weekeinde naar toe te gaan, wat dan ook kilometers lange files tot gevolg heeft op de smalle slingerende weg.




Het gebied is bekend om zijn grote koffie- en theeplantages die in de 19e eeuw zijn opgezet door de toenmalige Nederlandse kolonialen. Het was een concurente middel tegen het Engelse monopolie van de thee handel uit Ceylon.
De honderden hectaren koffie en vooral theeplantages liggen er nu nog steeds, maar zijn vrij matig onderhouden.




We hadden eerst nog het plan om wat verder richting Bandung te rijden, maar door de onverwachte zware regenval lieten we dit plan maar varen en keerden voorzichtig rijdend terug naar Jakarta, waar we pas in de vooravond aankwamen.
Het weer zat niet mee sinds ik in Jakarta was aan gekomen.






JAKARTA.

WOENSDAG 11 JANUARI 1989.


Laat opgestaan wn na een kleine brunch eerst al de post doorgenomen en zo indien nodig beantwoord. Een briefje naar Sibolga geschreven met mijn dank voor het terug bezorgen van mijn Nias souvenirs. Ik trof Torang weer na zijn werktijd en haalden samen de ontwikkelde foto's en dia's af bij de fotograaf.

Nog even bij de kleermaker langs gegaan voor wat veranderingen door te geven en s'avonds met vrienden van Torang uit eten geweest in een Japans restaurant. Het koste die avond moeite om een taxi naar 'huis' te krijgen door de zware regen.

Het was de verdere nacht noodweer boven Jakarta.





DONDERDAG 12 JANUARI 1989.


De gehele ochtend zware regenval en onweer. Het zicht uit de flat waar ik vertoefde was hoog uit 50 meter. Al de straten stonden blank en het verkeer zat volledig vast. Het was een chaos. Zodoende tot ver in de namiddag thuis gebleven en wat zitten lezen.


We hadden afgesproken elkaar, en enige vrienden, weer te ontmoeten voor 'Happy Hour' in de bar van Hotel Indonesië. Aldaar ontmoeten we nog enige bekenden die het weekeinde van plan waren voor zaken naar Bali te gaan. Na veel heen en weer gepraat liet ik me overhalen om met hun mee te gaan naar Bali. De regen in Jakarta was ik spuug zat en ik had nog tijd genoeg eer ik terug moest vliegen naar Nederland, waar het ook winter was.


zondag 22 januari 2012

M.S.KERINCI. PADANG - JAKARTA.

MAANDAG 9 JANUARI 1989.

Het was zeven uur in de ochtend toen we gewekt werden door de hut-steward met de mededeling dat het tijd was voor het ontbijt. Daar we er geen intresse inhadden hem dit medegedeeld en tot een uur of negen door geslapen.
Na een warme douche, wat na weken koud water een luxe was geworden, wat over dek gewandeld en wat buiten zitten lezen tot het tijd was voor de lunch.




In de middag was er een brand- en sloepenrol, maar tot mijn stomme verbazing kwam het merendeel van de passagiers niet opdagen. Het werd me nu ook duidelijk, dat als wat gebeurde met deze schepen, dat er zoveel doden te betreuren zijn, daar men niet weet wat te doen. Ook een groot deel van de passagiers die wel waren komen opdagen, na de voorgeschreven alarmen, stonden er volledig ongeintresseerd bij. Ik was wel anders gewend in mijn werk.
Na het dinner in de avond betrok de lucht zeer zwaar en was de verdere avond het vuur niet van de hemel af, wat op zee een prachtig gezicht is. We trokken ons terug in de scheepsbar om wat vertier te zoeken en raakten al snel in een leuk gesprek met twee Nederlandse jongens die al enige maanden aan het rond reizen waren door het Verre Oosten. Zo werd het middennacht eer we in onze kooi lagen.




DINSDAG 10 JANUARI 1989.


Het had die nacht behoorlijk geregend en het hemelwater had de dekken van de Kerinci schoon gewassen. In de vroege ochtend passeerden we de vulkaan Anak Krakatua, gelegen in de zeestraat Sunda.



DE KRAKATAU.

Deze enorme vulkaan gelegen in Straat Sunda tussen de eilanden Sumatra en Java explodeerde op maandag ochtend 27 augustus 1883. De berg rees op uit de zee en scheurde open, waarna de zee in het ontstane gat stroomde. Het gevolg was een uitbarsting die catastrofaal was en tot heden de grootste vulkaan uitbarsting is geweest.
Er ontstond een tsunami van ruim 30 meter hoogte. Vloedgolven overspoelden de kusten van Java en Sumatra. Door de enorme vloedgolven werfden schepen, waaronder het Nederlandse marinestoonschip Berouw, vele kilometers landinwaarts geslingerd. Een enorme aswolk van 50 kilometer hoogte steeg op en dompelde de gehele omgeving in een diepe duisternis. Duizenden mensen kwamen om het leven.
Door de enorm grote hoeveelheid stofdeeltjes die in de atmosfeer terecht kwamen, aalde wereldwijd het volgende jaar de temperatuur met 1,2 graden celcius. Het geknal en gebulder was tot in Australië en Afrika hoorbaar.
De berg verdween volledig onder het zeewateroppervlak.



ANAK KRAKATAU.

Vertaald 'kind van de Krakatau', verscheen in 1932 op dezelfde plaats waar de vroegere Krakatau had gelegen en vormde al snel een berg die as en zwavel spuwde. Sinds 1950 groeit de Anak Krakatau gemiddeld 13 cm. per week.




Het was na zes uur toen we aanmeerden aan de kade van Tanjung Priok de haven van Jakarta. Met een bus naar het hoofdspoorwegstation gegaan van Jakarta en daarvandaan naar het adres waar Torang woonde. We werden er hartelijk ontvangen en kregen gelijk een stapel post in onze handen gedrukt. Voor mij was er een stevig pakket met daarin mijn souvenirs van het eiland Nias. Na wat bijgepraat te hebben ging ik naar mijn onderkomen, een apartement van mensen die ik via mijn werk had leren kennen en die tijdelijk afwezig waren. Hier eerst al de was gewassen en dat was nogal wat.


In de middag eerst wat aan het zicht van Torang gedaan, daar deze alk enige dagen'één contactlens miste. Een teleurstelling was, dat toen we de camera van Torang opende om de film eruit te halen, dat deze niet goed was ingelegd en zodoende niet had getransporteerd. Helaas gingen zo heel wat opnamen verloren, wat een aardige tegenvaller voor ons beide was. Verder wat materiaal gekocht om wat broeken en hemden voor mij te laten maken bij de kleermaker. In de avond met vrienden van Torang, die de volgende dag weer ging werken, uit eten gegaan.








BUKITTINGGI - PADANG. WEST-SUMATRA.

ZONDAG 8 JANUARI 1989.

Na een laat ontbijt onze bagage ingepakt en bij de hotel receptie in bewaring gegeven daar we nog wat rond wilden kijken in de omgeving. We hadden de minibus van het hotel voor een redelijk bedrag voor de rst van de dag gehuurd om niet afhankelijk te zijn van lokaal transport naar Padang later op de dag.




Zowaar was het VOC fort de Cock open maar veel bijzonders viel er niet te zien tijdens dezxe restauratie werkzaamheden en zo gingen we in de richting van de Sianok Canyon en genoten daar van het overweldige uitzicht van het door de natuur geschapen landschap.





Helaas ontbrak het ons aan tijd om daar een tocht doorheen te maken, maar wie weet komt dat ooit nog eens.Om 12.30 vertrokken we met het busje in de richting van Padang wat een rit was van 108 kilometer.




Het was een prachtige reis door het landschap waar diep in het dal geen sawa's lagen maar viskwekerijen. Halverwege een korte stop gemaakt om wat te eten en verse klappermelk te drinken.



Na onze aankomst in Padang eerst naar de haven gereden om daar onze kaartjes te kopen voor de bootvaart naar Jakarta. Met het busje nopg wat rond gereden door Padang en de lokale pasar bezocht. Na een goed dinner rond een uur of zeven weer naar de haven gereden en afscheid genomen van onze chauffeur.


Daar we eerste klas kaartjes hadden gekocht hadden we in het stationsgebouw een aparte wachtkamer gescheiden van de overige passagiers, welke in een ruimte zaten samengepakt, wat de meer een aanblik gaf van een overbevolkte mierenhoop.


Om 21.00 uur zijn we aan boord gegaan van het m/s Kerinci van de Pelni Line, welke al haar schepen de naam van een vulkaan uit Indonesië heeft gegeven. Het was even zoeken naar onze twee persoons hut. De hut zag er keurig uit met twee gescheiden kooien, eigen toilet en badruimte, klein bureau met radio en tv. Een maal een beetje ingericht eerst een warme douche genomen, wat een waar luxe was, om het vuil van de afgelopen dagen er eens goed af te boenen. Bij het vertrek naar de laatste lichten van Padang gekeken en daarna een rondgang over het schip gemaakt, waarbij ik Torang wees op de veiligheidsvoorschriften.


Na een potje bier aan de scheepsbar te hebben gedronken terug naar onze hut gegaan. Ik kon de slaap niet vatten en ben wat over het schip aan het zwerven gegaan en kwam dan ook ook de brug terecht. Hier stond men versteld van mijn nautische kennis ondanks dat ik zelf in de technische dienst werkte en zo werd er voor me ook een bezoek aan de machinekamer geregeld. Eindelijk weer terug in de hut viel ik als een blok in slaap.






(klik op deze afbeelding van de Sianok Canyon om deze vergroot te bekijken.)

zaterdag 21 januari 2012

BUKITTINGGI. WEST-SUMATRA. (Deel 3)

Zaterdag 7 januari 1989.

Van ochtend al de winkels en de markt afgezocht naar een mooie betaalbare weefdoek. Uiteindelijk er een gevonden die ons wel aanstond, maar waarvan niets af viel te dingen, daar de prijs ons veel te hoog lag. Zodoende besloten we om maar terug te gaan naar het dorpje Pandai Sikat.
Intussen waren we door een onverwachte regenbui door en door nat geregend en zijn eerst terug gegaan naar ons hotel om wat droge kleding aan te trekken en alle natte troep te drogen te hangen. We raakten langzaam door al onze schone kleding heen.



s'Middags na een stevige lunch met een lokale minibus weer naar Pandai Sikat gereden om daar mijn weefdoek te kopen. Torang zag nog kans na veel heen en weer gepraat de prijs nog naar beneden te krijgen tot Rp. 110.00, maar het was de moeite waard.


De natuur langs de weg stond na de regenbui volop in bloei in allerhande kleuren en soorten bloemen.



( De fraaie weefdoek uit Pandai Sikat.)




Voor deze avond hadden we via het hotel kaartjes gekocht om naar een uitvoering van de traditionele volksdans te gaan kijken, wat echt de moeite waard bleek te zijn en ik er spijt van had dat ik mijn camera niet had meegenomen. Na de show in de stad nog wat gegeten en gedronken waarna we terug keerden naar ons hotel.


Afgelopen middag getracht bij een reisbureau om bootkaartjes te kopen voor de vaart van Padang naar Jakarta, maar het bleek beter te zijn dit aan de haven in Padang te regelen.


Dit was op de eerste plaats goedkoper dan vliegen en je had de tijd om wat tot rust te komen.